UIT JE BOL
Gerben Hellinga en Hans Plomp
![]()
28- Doornappel, bilzekruid, alruinwortel
Een indrukwekkende plant met witte of lichtpaarse bloemkelken en stekelige zaaddozen (ze doen denken aan het omhulsel van een kastanje) groeit in ons land vaak op vuilnisbelten en in rommelige hoekjes. Het is de roemruchte doornappel die samen met bilzekruid en alruimwortel of mandragora, de bekendste magische planten van Europa waren.
Ze werden vroeger gebruikt in heksenzalven en toverelixers. Intussen zijn deze kruiden in populariteit voorbijgestreefd door hennep en kaalkopjes. Het merkwaardige is dat die verboden zijn, terwijl de gevaarlijke doornappel en het bilzekruid vrij gebruikt kunnen worden.
Het gebruik van doornappel is behoorlijk riskant. Vooral bij een te hoge dosering -en die heb je al gauw !- kunnen krankzinnigheid, bewusteloosheid en zelfs de dood het gevolg zijn. Wij hebben zelf vrij uitgebreid geëxperimenteerd met doornappel, bilzekruid en alruin, maar het gebeurt maar zelden dat je er een prettige ervaring mee hebt, wat niet wegneemt dat het soms leerzaam kan zijn.
Mocht je deze planten toch willen proberen; je kunt alle delen van doornappel en bilzekruid eten, als thee drinken of gedroogd roken. Tien zaadjes waarop je kauwt of thee van wat blaadjes brengen je al snel naar een schimmenrijk van gnomen en spinnekoppen. Roken is het veiligst, maar ook dat geeft een zeer zware trip.
De lichamelijke effecten zijn vrij snel waarneembaar; een kurkdroge strot, een merkwaardig soort "blindheid", waarbij bijvoorbeeld letters als vlooien over een bedrukte bladzijde springen. Niet lang daarna beginnen zeer zware hallucinaties. Deze kunnen dagenlang aanhouden, hoewel het effect van een kleine dosis meestal binnen een dag weer verdwijnt. Je betreed een schemerige wereld, die sterk doet denken aan de sprookjes van Grimm en aan griezelverhalen. De werking is bovendien zo sterk dat je al snel vergeet dat je iets hebt ingenomen. Je gaat helemaal op in het schimmenrijk.
Het gebruik van deze magische planten gaat terug tot in de verre oudheid. Ze zijn over de hele wereld bekend, van India tot Afrika en van Amerika tot Europa. Omdat heksen en tovenaars hun kruidenkennis maar zelden op schrift hebben gezet, moeten we te rade gaan bij andere culturen, waar nog tot op de dag van vandaag gebruik gemaakt wordt van de magische krachten van de doorn-appel en aanverwante planten.
Doornappel wordt niet alleen toegepast om vijanden uit te schakelen of slachtoffers buiten bewustzijn te brengen en met hen te doen wat de gifmenger wil; Indianenvolken als de Huichols, Tarahumara’s (bekend van Antonin Arnauds relaas in "De Peyotedans") en de Zuni’s gebruiken doornappel -in de Verenigde Staten bekend als Jimsonweed- bij bepaalde initiatierituelen. Deze zijn gericht op de dood van het oude ego, bijvoorbeeld bij de overgang van kind naar volwassenheid, en vinden plaats onder leiding van ervaren gidsen of shamanen. Zulke initiaties zijn bepaald geen lolletje en spelen zich vaak af op de rand van de dood. Bij de overgang van kind naar volwassene vindt een totale hersenspoeling plaats, waarbij de puber vergeet wie hij of zij voordien was. Zelfs de naam, de taal, de familie worden uitgewist in het geheugen en de puber moet helemaal opnieuw de dingen leren die voor een volwassene belangrijk zijn.
Een duizenden jaren lange ervaring heeft de shamanen geleerd hoe ze met deze planten moeten omgaan, maar toch vallen zelfs daar slachtoffers. Indiaanse deskundigen waarschuwen dan ook dat de doornappel onvoorspelbaar is en niet als experiment gebruikt worden. Zij noemen doornappel een "boze tovenaar"; peyote is een "goede tovenaar".
Bilzekruid en alruimwortel hebben wij in Nederland nooit aangetroffen. We kennen deze planten uit Zuid-Europa en het gebied rond de Middellandse Zee. Over de alruinwortel deden vroeger al vreemde verhalen de ronde. Zo zouden ze onder galgen groeien, omdat het sperma dat gehangenen verliezen er de juiste mest voor schijnt te zijn.
Alruimwortel moet je bij volle maan uit de grond laten trekken door een hond die er met een touw aan is vastgebonden. De wortel, die vaak op een mens met twee beentjes lijkt, zou dan nog een gilletje slaken. Het kauwen op een stukje van deze wortel levert al snel een effect op als dat van de doornappel. Men beweert dat een gedroogde alruinwortel een uitstekende talisman tegen kwade invloeden is.
![]()
![]()