UIT JE BOL
Gerben Hellinga en Hans Plomp



13- TABAK

Van alle verslavende drugs is tabak het onbenulligst en het populairst. De Inca’s gebruikten tabak voornamelijk bij krijgsrituelen. Er wordt gezegd dat de Inca-priesters, om zich te wreken, tabak als geschenk meegaven toen Columbus terugging naar Spanje. Tabak is een giftige plant. Rokers zijn zichzelf in feite langzaam aan het vergiftigen. De tabakverslaving kan ongelooflijk hardnekkig zijn. Een vrouw die jarenlang junkie was, vond het moeilijker om te stoppen met roken dan met spuiten.

Veel rokers beginnen al jong, sommige al op hun twaalfde; de meeste zijn een jaar of vijftien, zestien als ze, meestal stiekem, met vriendjes of vriendinnetjes, een sigaret opsteken. Ze doen dat omdat het stoer is en om ouder te lijken. Veel jongeren willen graag volwassen zijn en imiteren het gedrag van ouderen.

Het idee dat tabak stoer is, nemen jongeren over van reclamecampagnes die suggereren dat roken mannelijk en avontuurlijk is en dat sigaretten glamour aan het leven geven. In de reclame worden sigaretten geassocieerd met zonsop- en ondergangen, drijfjachten, wilde paarden, autoraces, vliegreizen, internationaal zaken doen en romances tussen mooie vrouwen en krachtige kerels. Misschien is het inderdaad wel zo dat je door nicotine ongevoeliger en onverschilliger wordt, als het ware "mannelijker".

In het begin werd tabak als medicijn gebruikt. Men meende dat het een probaat middel was om slijm op te lossen en benauwdheid los te maken. De eerste rokers waren vermogen heren. Er was een kostbare metalen pijp voor nodig en instrumenten om de pijp mee schoon te maken, te stoppen, tabak te kerven, vuur te maken enzovoorts. Toen er goedkope kleipijpen in de handel kwamen, ging ook het gewone volk tabak roken. In de achttiende eeuw raakte het snuiven van tabak in zwang. Het "toebacksmoken" werd als onwelvoeglijk en ongezond beschouwd; snuiven daarentegen was deftig en heilzaam. De tabak werd verpulverd en in de neusgaten gestopt. Ook vrouwen gingen het op die manier gebruiken.

In de vorige eeuw werden sigaretten populair. Ze werden vermoedelijk geintroduceerd door Engelse soldaten. Aanvankelijk werden sigaretten van gewoon (hennep)papier gerold. Toen aaan het eind van de vorige eeuw een machine werd uitgevonden die sigaretten kon draaien en het werk van veertig mensen overnam, kon de groei van de sigarettenindustrie beginnen. Waarom mensen tabak roken, weten we eigenlijk niet, hoewel er uitvoerig onderzoek naar is gedaan. Mannen zeggen vaak dat roken hen energie geeft, vrouwen zeggen dat ze er rustig van worden. Sommige zeggen zich door roken beter te kunnen concentreren, anderen kunnen zich dan juist even ontspannen en aan niets denken. Dat is allemaal met elkaar in tegenspraak.

Nicotine is een zwaar gif. Een paar druppels zijn dodelijk. Tabaksrook bestaat uit ruim vierhonderd componenten. Daarvan zijn er maar een paar onderzocht, en die bleken allen kanker te veroorzaken. Roken is dan ook de belangrijkste doodsoorzaak in de westerse wereld. Op de pakjes staat wat je er allemaal van kunt krijgen. De meeste patiënten in het ziekenhuis liggen daar ten gevolge van hun tabakconsumptie. Toch weerhoudt dat alles jongeren er niet van om te gaan roken. Daarmee laten ze zien dat ze lef hebben en maling aan alles dat zogenaamd goed voor ze is. De eerste sigaret heeft vaak iets van een inwijding. De jonge aspirant-roker heeft zich voorgenomen om meer van het leven te weten te komen en ziet de sigaret als een eerste stap.

Tabak is een bewustzijnsvernauwend middel. Door je longen te vullen met rook, krijg je het gevoel dat je opzwelt. Je wordt jezelf letterlijk groter worden, maar tegelijkertijd wordt je perceptie en je gevoel voor de omgeving minder. Je voelt je lichaam, maar de wereld, je omgeving wordt even iets minder belangrijk. Waarschijnlijk activeert de nicotine in de tabak een beetje terwijl de koolmonoxyde die bij de verbranding ontstaat juist weer een licht verdovende werking heeft.

Over het psychologisch effect van langdurig tabakgebruik is eigenlijk niets bekend. Veel langdurige nicotinisten, maar zeker niet allemaal, worden op den duur cynisch en prikkelbaar. Artsen herkennen het ‘nicotinegezicht’ van zware rokers. Kenmerkend daarvoor zijn strakke lijnen rondom de mond, smalle lippen en een droge, grauwe huid. Een vergelijkbare uitdroging lijkt vaak ook geestelijk plaats te vinden. Het heeft iets van een versneld verouderingsproces. Het is jammer dat veel blowers hun stuf met tabak mengen. De vernauwende en benauwd makende tabak vermindert de werking van de verruimende hasj of wiet. Er zijn vrij veel blowers die alleen maar joints roken en nooit sigaretten. Toch zijn ook zij tabaksgebruikers. Er zijn echter ook tabak-rokers die hun joint puur of uit een pijp roken. Zo kan het dus ook.

Tabak maakt een sluimerend zelfvernietigingsmechanisme in de mens wakker. Als je tript of ecstasy hebt genomen, wil je geen tabak omdat je lichaam het dan als een gifstof afwijst. Waarom we onszelf dan in nuchtere toestand wel met tabak vergiftigen, weten we niet. Te begrijpen is het wel. Tabak roken wordt gepusht onder jongeren. De staat verdient er verreweg het meeste geld aan, want van ieder pakje sigaretten gaat 76% naar de schatkist. De verkoop van sigaretten is dan ook vrij; tabak is overal verkrijgbaar.

Ben je gestopt met roken, dan voel je je, als je er eenmaal doorheen bent, bevrijd van een loden last. Je zintuiglijke waarneming wordt verscherpt. Niet-rokers kunnen de delicate invloed van homeopatische medicijnen, van kruiden en van sommige voedingsstoffen en vruchten in zichzelf waarnemen. New Age therapieën als meditatie, reiki, chi kung, et cetera beginnen pas te werken als je niet (meer) rookt. Je wordt fitter en actiever, gaat er beter uitzien; je huid gaat weer glanzen en je stinkt niet meer.

Misschien is dat laatste een argument tegen roken dat jonge rokers kan aanspreken: een roker stinkt. Niet alleen je kleren ruiken naar verschaalde tabak, maar ook je handen, je huid en je haren. Als je rookt en je hebt ‘s ochtends je haren gewassen, kun je er zeker van zijn dat ze aan het eind van de dag weer stinken. In een kamer waar veel gepaft wordt, ruikt alles naar rook: de gordijnen, de meubels, rondslingerende kleren, dieren, kinderen. Door iemands parfum-, zeep- of lotiongeurtje heen kun je ruiken of zij of hij rookt. Een roker ruikt dat zelf niet: ook de tabakslucht van anderen deert hem niet omdat hij daar als het ware immuun voor is. Een niet-roker kan ruiken dat er een roker in de kamer is geweest, ook als hij niet heeft gerookt. Sommige rokers dragen tot op drie, vier meter om zich heen een tabakslucht met zich mee die een half uur later nog in een afgesloten, lege kamer aanwezig is.

Iemand die met roken stopt, heeft het voordeel dat zijn reuk- en smaakvermogen sterk verbeterd (of eerder terugkeerd) en er dus veel plezier in het leven voor terugkomt. Het nadeel is dat je overgevoelig wordt voor rook en de lucht van tabak en dat die overgevoeligheid, naarmate je langer niet meer rookt, toeneemt.

Het probleem met roken is hoe te stoppen. Hoewel er mensen zijn die dat van het ene op het andere moment doen, gaat het de meesten moeilijk af. Het is het gemakkelijkst als je ervoor beloond wordt. Iemand die weet dat er een beloning wacht, bijvoorbeeld in de vorm van geld of een vakantie, heeft iets om naar toe te leven.

Als er geen beloning in zicht is, wordt het moeilijker. Het beloningsprincipe zou veel meer toegepast kunnen worden. Verzekeringsmaatschappijen zouden niet-rokers kortingen kunnen geven. Een verstandige werkgever zou een voorkeur kunnen hebben voor niet-rokers, omdat die minder tijd verdoen en meestal gezonder zijn.

Natuurlijk is er een sterke rokerslobby, gesponsord door de tabaksindustrie, die roept dat roken moet kunnen en dat we het samen wel zullen oplossen, maar roken is gewoon onhygiënisch en een vorm van zware vervuiling. In de loop der eeuwen is het menselijk gedrag beschaafder geworden; we spugen niet meer op de grond of op de vloer, we laten geen winden in gezelschap, we wassen ons dagelijks, trekken schoon ondergoed aan en poetsen onze tanden. We zijn als de dood voor slechte adem en gebruiken deodorant opdat de medemens onze persoonlijke lichaamsgeurtjes niet zal opsnuiven. Wat je thuis moet je natuurlijk zelf weten, maar als roker stel je je omgeving bloot aan gif, stank en viezigheid en dat kun je gewoon niet maken.

Natuurlijk zijn wij ook van de tabak afgekickt. Dat deden we met behulp van een truukje uit de oudheid. We beweren niet dat het 100% werkt, maar als je het tevergeefs op andere manieren hebt geprobeerd, kun je deze methode eens proberen. Als het de eerste keer is dat je probeert te stoppen, heb je grote kans dat het je hiermee in 1 keer lukt. Wat je nodig hebt is een houtkachel, een open haard of een vuurtje in de open lucht. Het werkt als volgt. Terwijl je rookt (sigaretten of joints) denk je iedere keer als je opsteekt; er komt een moment dat ik ga stoppen. Als je denkt dat het moment is gekomen ga je op je knieën voor het vuur zitten, dat goed moet branden. Je staart in de vlammen om je voor te bereiden en moed te vatten. Dan, als je zover bent, steek je je rechterhand -als je linkshandig bent je andere hand, maar in ieder geval de hand die de sigaretten vasthoudt- in het vuur en die houd je in de vlammen terwijl je plechtig en langzaam zegt: "Hierbij besluit ik (Of: hierbij zweer ik) om definitief met tabak roken te stoppen." Houd, ondanks de pijn, je hand zo lang als je durft en kunt in de vlammen, maar niet langer. Je hoeft niet de held te spelen. Het gaat erom dat de herinnering aan dat pijnmoment samen met je besluit in je geheugen wordt opgeslagen.

Als je nu terugvalt en toch zin krijgt om te roken, kijk je naar de hand die de sigaret zal vasthouden. Je denkt aan de pijn die je voelde en aan je woorden, en de behoefte om te roken zal vanzelf verdwijnen. Het is in feite een soort zelfhypnose. Je brandt als het ware je gelofte in je geheugen en in je geweten. Je steekt er je hand voor in het vuur...

vorige pagina   naar boven   volgende pagina

UIT JE BOL



DrugsInfonet Home